ZWOLLE - Superlatieven schieten Ton Kolman tekort als hij de loftrompet steekt over de jongste versie van zijn Zwolle Culinair. Van vrijdag tot en met zondag werden de smaakpapillen van tienduizend liefhebbers bediend in de boulevard van het Deltion College.
"Hoeveel er in het laatje is gekomen rekenen we later wel uit. Daar is het ons en de restaurateurs niet om te doen. Dat de mensen hier met een waanzinnig voldaan gevoel weggaan, vinden we belangrijker." Alles draaide om genot en het voorzien hierin op het Deltion college. Het dienstdoende decor was weer wat anders dan een kerk (de Broerenkerk), waar Zwolles meeste gangendiner van het jaar de eerste vijf edities plaatsvond. Het evenement was de locatie ontgroeid, dus werd het tijd voor iets nieuws. Rondom de boulevard van de school wekte afgelopen weekend niets de indruk van lessen, boeken en roosters. Ovenroosters dan misschien. Want die draaiden overuren tussen vijf uur 's middags en tien uur 's avonds, waar de piek vooral op zaterdag en zondag hoog was. Ongeduldige tafelaars konden dit bal van fijnproevers beter aan zich voorbij laten gaan. Soms duurde het even eer er een lekker hapje voorbij schoof, maar in die tijd konden de ogen zich de kost geven. "Lange rijen, de munten op, dat zijn wat kinderziektes die de organisatie nog moet zien te verbeteren," merkt Robert van Thulden op. De chef-kok van Binnen noemt Zwolle Culinair bovenal 'een topevenement.' Waarbij het voor de kok zelf meer afzien dan genieten is. "Ach, aanpezen is beter dan stilstaan." De tijd namen zij die te gast waren, het huiswerk is voor Kolman. "Er zijn wel wat dingetjes, maar die bespreken we later." Voor zondag overheerste een trots gevoel. "Het hele sfeertje, de ambiance en de uitstraling; dit is echt een spin-off voor de stad Zwolle. Wat mij betreft hoort Zwolle culinair in de top-3 of top-5 van evenementen thuis." Rob Leene, voorzitter van de Koninklijke Horeca afdeling Zwolle, was niet minder tevreden. "Het was onvoorstelbaar druk en ik ben buitengewoon gelukkig en trots dat het zo gelopen is."
Bron: De Stentor